02-01-2026 JOURE – De melkveehouderij is in 2040 sterker grondgebonden in termen van voedervoorziening en mestafzet, verwachten analisten. Dit kan ook in intensieve samenwerking met akkerbouwers. Alle bedrijven hebben de mogelijkheid om een vorm van weidegang toe te passen. Mede als gevolg daarvan is de melkproductie ten opzichte van 2023 met 20% afgenomen, het aantal koeien met 30% en het aantal bedrijven met 50%. Door certificering en duurzame ketenafspraken wordt een goede prijs verkregen. Daarnaast zijn er inkomsten uit groenblauwe diensten en verbredingsactiviteiten.
Met name in de veenweidegebieden is de melkveehouderij in 2040 extensiever geworden om aan de klimaat- en bodemopgaven te voldoen. Hier leveren onder andere groenblauwe diensten aanvullende inkomsten op. Door innovatieve technieken zoals drukdrainage, greppelinfiltratie en inzet van lichter materieel valt in grote delen van het veenweidegebied nog steeds goed te boeren.
Over 15 jaar heeft elk bedrijf de mogelijkheid om een vorm van weidegang toe te passen. Kalveren blijven langer op het melkveebedrijf en gaan enkele weken later op transport dan voorheen gebruikelijk was. De sector verdient niet alleen aan de afzet van melk, maar ook aan energieproductie, groenblauwe diensten en verbredingactiviteiten. Ketenpartijen betalen voor hogere niveaus van duurzaamheidsstandaarden en een selectie van groenblauwe diensten.
In 2040 zijn er grofweg drie typen bedrijven is de verwachting:
- Hoogproductieve hightech bedrijven die zich richten op kostenverlaging door schaalvergroting en een hoge productie per koe (40%).
- Extensieve, natuurinclusieve bedrijven met een meerprijs voor melk en betaling voor groenblauwe diensten (30%).
- Bedrijven die verbreden (zorg, toerisme, huisverkoop etc.) en daaruit aanvullende inkomsten hebben (50%). Deze groep kan overlappen met één van de twee voorgaande.
De locatie is leidend voor de precieze invulling van het bedrijfstype. De indeling in drieën zal in de praktijk minder scherp zijn, omdat de typen deels kunnen overlappen.
Door de krimp van de sector is de melkproductie afgenomen. Dit uit zich vooral in een lagere export: productie voor de wereldmarkt is gezien de verhoogde kostprijzen en daarbij gekoppelde kapitaalintensieve productie steeds minder een rendabele optie. De sector richt zich daarom sterk op de Europese afzetmarkt.
Producten zoals melkpoeder en Goudse kaas worden uitsluitend voor de regionale markt binnen een straal van 800 kilometer geproduceerd. Melkveehouders werken nog sterker dan nu in vaste ketenrelaties met diverse duurzaamheidsconcepten. Er komt een grotere diversificatie van melkstromen, ook internationaal, met een meerprijs voor consument en producent.
