Waterkwaliteit oppervlaktewater was in 2024 nog op veel plekken onvoldoende

17-12-2025 JOURE – De meeste waterlichamen in Nederland voldoen niet aan de gewenste waterkwaliteit volgens de beoordeling van de Europese Kaderrichtlijn Water. De chemische kwaliteit voldoet meestal niet en de ecologische kwaliteit is matig, ontoereikend of slecht. In slechts één van de beoordeelde 741 waterlichamen was in 2024 de ecologische kwaliteit goed. Dit komt vooral door de geringe biologische kwaliteit.

In de Kaderrichtlijn Water is een methode vastgesteld om te beoordelen of de waterkwaliteit voldoende is. De beoordeling houdt onder andere rekening met het voorkomen van planten- en dierensoorten, de concentraties aan nutriënten en de concentraties aan toxische stoffen zoals gewasbeschermingsmiddelen, metalen en industriële stoffen. Pas als alle kwaliteitselementen goed scoren, is de waterkwaliteit goed. De doelen moeten in 2027 zijn gehaald, behalve als doelbereik vanwege natuurlijke omstandigheden niet mogelijk is. Dan moeten wel de maatregelen zijn genomen waarmee op termijn doelbereik mogelijk is.

In vrijwel geen enkel waterlichaam in Nederland voldoen alle 77 specifiek verontreinigende stoffen in de vorm van metalen, gewasbeschermingsmiddelen en industriële stoffen aan de normen. Het maximaal haalbare voor de totaalbeoordeling van de ecologie is dan matig. Ook de biologische kwaliteit is in veel waterlichamen onvoldoende: in 85% van de waterlichamen is deze matig, ontoereikend of slecht. De fysisch-chemische kwaliteit voldoet in 50% van de waterlichamen. Met name het gehalte aan stikstof en fosfor zorgt in veel waterlichamen voor een matige fysisch-chemische kwaliteit.

De chemische kwaliteit is gebaseerd op 45 ‘prioritaire stoffen’, waarvoor de normen zijn opgesteld op Europees niveau. Op dit moment is de chemische toestand in ongeveer 1% van de beoordeelde waterlichamen op orde. De beoordeling voor de chemische kwaliteit is in de loop der jaren ongunstiger geworden. Dit komt doordat er meer stoffen worden beoordeeld en doordat sommige normen vanwege nieuwe wetenschappelijke inzichten zijn aangescherpt.

Bij de beoordeling van de waterkwaliteit gebruiken de waterbeheerders per kwaliteitselement de op dat moment geldende bijhorende maatlatten en normen. Deze maatlatten en normen worden per planperiode herzien. Hierdoor is het niet goed mogelijk om de jaren onderling te vergelijken op basis van de officiële beoordelingen voor de Kaderrichtlijn Water. Als de oorspronkelijke gegevens tegen een uniforme norm worden afgezet, blijkt dat de biologische waterkwaliteit voor macrofauna en waterplanten de afgelopen 30 jaar licht is verbeterd, maar nog steeds laag is.