Wintersterfte onder bijenvolken opnieuw hoger dan voorgaande jaren

12-07-2022 JOURE – De afgelopen winterperiode 2021-2022 heeft 81,6% van de bijenvolken overleefd. De wintersterfte zit daarmee op een hoger niveau dan de voorgaande jaren. Dat is de belangrijkste conclusie van de jaarlijkse enquête naar de wintersterfte van bijenvolken gehouden onder Nederlandse bijenhouders. 

Het onderzoek naar bijensterfte wordt ieder jaar uitgevoerd door onderzoekers van Wageningen Universiteit & Research in opdracht van het ministerie van LNV en in samenwerking met de Nederlandse Bijenhoudersvereniging, Imkers Nederland en de Biologisch-Dynamisch werkende imkers.

In het onderzoek meldt 46,5% van de respondenten geen wintersterfte van bijenvolken te hebben. Dit percentage is lager dan in de winter van 2020-2021 toen 52% van de bijenhouders geen sterfte in één of meer bijenvolken meldde in de winter.

In totaal deden 1384 Nederlandse bijenhouders mee aan de jaarlijkse COLOSS-enquête, die in meer dan 35 landen wordt uitgevoerd. In Nederland zijn ongeveer 9100 bijenhouders actief, bijna allemaal zijn het hobbyisten.

Gemiddeld genomen is de sterfte het hoogst in de provincie Overijssel en het laagst in Flevoland. Wat deze verschillen verklaart is op dit moment nog niet bekend. Jaarlijks varieert de sterfte per regio en per bijenhouder. De grootste gemeten wintersterfte werd vastgesteld in de winter van 2009-2010 toen 29,1% van de bijenvolken de winter niet overleefde.

Bijenhouders geven zelf aan dat een wintersterfte van minder dan 15% acceptabel is. De oorzaken van wintersterfte zijn divers en kunnen te maken hebben met ziekten, waarvan de varroamijt en daarmee geassocieerde bijenvirussen de belangrijkste zijn. Daarnaast dragen voldoende voedsel en andere factoren bij aan de overleving van bijenvolken in de winter.

Naast wintersterfte is de bijenhouders gevraagd naar onder andere informatie zoals ziektebestrijding, bedrijfsvoering en voedselaanbod. De resultaten hiervan worden later in het jaar bekend gemaakt wanneer de data geanalyseerd zijn. Daarnaast worden de resultaten uit Nederland vergeleken met de resultaten van andere landen die deelnemen aan de COLOSS-enquête.