Wetterskip spreekt reserves aan om lasten te temperen

    22-11-2022 JOURE – Om de lasten voor burgers en bedrijven te dempen tot beneden het inflatieniveau, wil het dagelijks bestuur van het Wetterskip de eigen reserves benutten. Dat staat in de conceptbegroting voor 2023 die in december wordt besproken in het algemeen bestuur.  

    Uitgaven en investeringen
    Om in het hele werkgebied – Friesland en een deel van het Groninger Westerkwartier – te kunnen zorgen voor veilig, voldoende en schoon water rekent het dagelijks bestuur voor volgend jaar op ruim 175 miljoen euro aan uitgaven. Hiervan is ruwweg twee derde bestemd voor het beheer van het watersysteem: bescherming tegen hoog water en zorgen voor voldoende oppervlaktewater. Het andere deel is voor het zuiveringsbeheer: het reinigen van water in rioolwaterzuiveringsinstallaties. Er is voor ruim 50 miljoen euro aan investeringen gepland. Het gaat dan bijvoorbeeld om energiemaatregelen (4,5 miljoen euro), plannen voor versterken van zee- en IJsselmeerdijken (5,8 miljoen euro), de aanpak van 30 kilometer aan boezemwaterkeringen (8,8 miljoen euro) en maatregelen om de verwerking en zuivering van afvalwater te optimaliseren (11 miljoen euro).

    Sifons en gemalen
    Om al zijn taken te kunnen uitvoeren beheert het Wetterskip voor in totaal 3,3 miljard euro aan installaties en kunstwerken, van 27 rioolwaterzuiveringen en 1000 gemalen tot aan ruim 5700 stuwen. Een deel van deze ‘assets’ (die vaak nog afkomstig zijn van onze voorlopers) is de komende jaren aan vervanging toe. Wat daarvoor nodig is wordt onderzocht aan de hand van scenario’s. Voor dit assetmanagement is volgend jaar bijna 3 miljoen euro uitgetrokken. De beoogde aanpak wordt als eerste beproefd voor sifons, ondergrondse leidingen die waterlopen met elkaar verbinden. Daarnaast wordt in de Greidhoeke een programma gestart om duurzaam en stapsgewijs 191 gemalen te reviseren of te vervangen.

    Stopzetten interne effluentverrekening
    Tussen de geraamde uitgaven (175 miljoen euro) en de verwachte belastinginkomsten (166 miljoen euro) zit een verschil van ruim 9 miljoen euro. Het dagelijks bestuur stelt voor dit te overbruggen door gebruik te maken van ruimte in de eigen reserves. Geld hieruit zal worden gebruikt voor eenmalige uitgaven. Daartoe worden ook de gevolgen van het stopzetten van de zogenaamde effluentverrekening in 2023 gerekend. Het Wetterskipt stapt af van deze systematiek waarmee binnenshuis werd afgerekend voor het zuiveringswater (effluent) dat bij rioolwaterzuiveringsinstallaties op het eigen oppervlaktewater wordt geloosd. Sinds 2014 zijn belastinginkomsten uit het zuiveringsbeheer gebruikt voor watersysteembeheer, bijvoorbeeld voor maatregelen die de waterkwaliteit verbeteren. Jaarlijks ging het om 4,7 miljoen euro. De verrekening werd destijds ingesteld in de stellige verwachting dat deze ook zou zijn opgenomen in een vernieuwd belastingstelsel. Dit najaar werd duidelijk dat deze aanpassing vooralsnog geen deel uitmaakt van de voorstellen, maar op een later tijdstip wordt afgewogen. Daarmee ontbreekt op dit moment de wettelijke basis voor de interne verrekening.

    Kostenverdeling tegen het licht
    Het beëindigen van de effluentverrekening heeft consequenties voor de belastingtarieven. Het tarief voor het zuiveringsbeheer valt lager uit, terwijl dat voor het watersysteembeheer verder zou moeten worden verhoogd, boven het toch al forse inflatieniveau. Dat laatste wil het dagelijks bestuur in 2023 voorkomen door dit (eenmalig) te compenseren uit de reserves. Dat de jaarrekening over 2022 volgens de prognoses gunstiger uitpakt, schept hiervoor ruimte. Voor volgende jaren wil het dagelijks bestuur de kostenverdeling tussen beide taken tegen het licht laten houden. Dat is in het voorjaar aan het nieuwe algemeen bestuur, dat aantreedt na de verkiezingen op 18 maart.

    Belastingtarieven getemperd
    Het dagelijks bestuur rekent in 2023 op een gestegen belastingopbrengst. Voor het watersysteembeheer is een plus van 6,9 procent geraamd. Voor het zuiveringsbeheer is dat een daling van 1,9 procent. Volgens voorbeeldberekeningen is een meerpersoonshuishouden in een eigen woning straks 2,6 procent duurder uit. Een gemiddeld agrarisch bedrijf betaalt 6,7 procent meer. Bedrijven die relatief veel afvalwater afvoeren via de riolering zijn 1,7 procent goedkoper uit.

    Besluit op 20 december
    Het algemeen bestuur heeft het laatste woord over de begroting. Die komt eerst aan bod in een commissievergadering op 5 december. Over de vaststelling wordt beslist op 20 december.