Weidevogelgebieden zijn ongunstig voor bijen en vlinders

07-01-2020 JOURE – Bestuivers zijn weinig gebaat bij weidevogelgebieden. Dat blijkt uit onderzoek. Landschappen die zijn ingericht voor weidevogels hebben lagere aantallen bestuivers en ook minder verschillende soorten. Hooiland en kruidenrijke weilanden doen het een stuk beter.

De onderzoekers bekeken hoe het gesteld is met de insectenpopulatie in 3 verschillende, door mensen onderhouden gebieden: hooiland, kruidenrijke weilanden en weidevogelgebieden. Naast de aantallen en soorten insecten, onderzochten de biologen ook de aanwezigheid van bloeiende planten en vergeleken ze het maaibeleid.

Laagste score in weidevogelgebieden
Van de 3 onderzochte landschappen scoorden de weidevogelgebieden het slechtst voor bijen, zweefvliegen en vlinders. Er kwamen minder bestuivers voor, de diversiteit van bestuivers was lager en er werden minder unieke soorten gevonden dan in andere gebieden. Over hun bevindingen publiceerden de onderzoekers afgelopen maand in het wetenschappelijk tijdschrift Basic and Applied Ecology.

Bodemsoort en maaibeleid
De aanwezigheid van bloemen in het gebied was van grote invloed op het aantal bestuivers dat de onderzoekers vonden. Hoe meer bloemen, hoe meer bijen en vlinders, maar een grote variatie aan bloemen leverde ook meer diverse soorten bestuivers op. In bloemrijke weides en op hooiland kwamen de onderzoekers aanzienlijk meer bijen en vlinders tegen dan in de gebieden voor weidevogels. Deze gebieden hebben relatief arme grond en worden pas later in het jaar gemaaid, wat bijdraagt aan een grote diversiteit aan bloeiende planten. Veel weidevogelgebieden liggen op aanzienlijk rijkere grond en worden vaak al in juni gemaaid.

Combinaties in beheervorm gewenst
De onderzoekers raden aan om gebieden voortaan niet alleen voor een soort in te richten, maar de weidevogelgebieden meer te combineren met hooiland en om gunstigere maaischema’s aan te houden. Omdat weidevogels weinig gebaat zijn bij de aanwezigheid van bloemen wordt er bij het onderhoud geen of weinig rekening gehouden met het behoud van bloeiende planten. Door de weidevogelgebieden meer te mengen met hooilanden kunnen meer soorten dan alleen vogels profiteren van het landschap.