Toename zomerse dagen sterker dan afname koele dagen


07-08-2017 JOURE – Klimaatverandering leidt in de Nederlandse zomer tot meer warme dagen. Desondanks blijft het aantal koele dagen nagenoeg onveranderd. Oorzaak hiervan is dat het niet alleen warmer wordt, maar ook wisselvalliger.

Gemeten temperaturen volgen ongeveer een normale kansverdeling: grote kans op gemiddelde temperatuur (normaal weer), kleine kans op uitschieters (extremen). Theoretisch kan worden aangetoond dat een kleine verandering in het gemiddelde of een toename van de wisselvalligheid (gemeten met de ‘spreiding’) kan leiden tot een behoorlijke verandering in het optreden van extremen.

Uit metingen in De Bilt blijkt dat klimaatverandering heeft geleid tot meer extreem warme dagen in de Nederlandse zomer, terwijl het aantal koele zomerse dagen ongeveer gelijk is gebleven.

De kans dat een dag in juni, juli of augustus een temperatuur boven 25 °C heeft, de definitie van een zomerse dag, is ruim verdubbeld sinds 1900. Tropische dagen met temperaturen boven 30 °C komen tegenwoordig  zelfs 4 keer zo vaak voor. Deze sterke toename van warme dagen leidt niet tot een afname in koele dagen, de kans daarop is slechts met een kwart afgenomen.

Dat de kans op koele dagen niet even sterk is afgenomen dan dat de kans op warme dagen is toegenomen, komt door de combinatie van een hogere gemiddelde dagelijkse maximum zomertemperatuur (20.3 °C in 1901-1930, 21.9 °C in 1981-2010) en een grotere spreiding (van 11.8 °C naar 17.3 °C).

De gemeten veranderingen in Nederland (Figuur 2) volgen dus de theorie zoals beschreven in het laatste IPCC rapport, een organisatie gesteund door de Verenigde Naties (Figuur 1c). Het KNMI doet onderzoek naar veranderingen in extreem weer en draagt met zijn mondiale klimaatmodel bij aan het volgende IPCC rapport dat in 2022 verwacht wordt.