Stikstof- en fosfaatexcretie bleven onder het plafond in tweede kwartaal van 2022

18-08-2022 JOURE – De stikstofexcretie van de melkveesector valt ten opzichte van de eerste kwartaalrapportage van 2022 lager uit en ligt met 269,0 miljoen kilo bijna 5% onder het sectorplafond van 281,8 miljoen kilogram. De belangrijkste oorzaak voor de daling is het lagere stikstofgehalte van de grasoogst in 2021 wat doorwerkt in de samenstelling van de gevoerde graskuil in 2022. De stikstofexcretie van de gehele veestapel ligt ruim 7% onder het stikstofproductieplafond dat door de Europese Commissie is vastgesteld. Dat meldt het CBS in de Monitor fosfaat- en stikstofexcretie in dierlijke mest, tweede kwartaal 2022

De fosfaatexcretie van de melkveesector komt volgens de prognose van het tweede kwartaal uit op 76,2 miljoen kilogram, 8,7 miljoen kilogram onder het sectorplafond. De fosfaatexcretie van de gehele veestapel ligt bijna 13% onder het fosfaatproductieplafond.

In het kader van de stikstofproblematiek hebben de overheid en verschillende sectorpartijen in de melkveehouderij in 2021 afgesproken om op sectorniveau het ruw-eiwitgehalte in het melkveevoerrantsoen in de komende jaren stapsgewijs te verlagen tot maximaal 160 gram ruw-eiwit per kilogram droge stof in 2025. Met ingang van de tweede kwartaalrapportage van 2022 is de rapportage van het CBS daarom uitgebreid met een prognose van het ruw-eiwitgehalte van het melkveevoerrantsoen. Over heel 2021 was het gehalte in het rantsoen gemiddeld 165 gram ruw eiwit per kilo droge stof en in het tweede kwartaal van 2022 was dat 162 gram.

Experts uit onderzoek en bedrijfsleven geven aan dat de daling van het ruw-eiwitgehalte in de rantsoenen vanaf 2018 zich voortzet in 2022. Onder andere lagere ruw-eiwitgehalten van graskuil dragen bij aan lagere ruw-eiwitgehalten van de rantsoenen. Verder geven de experts aan dat de dalende trend aansluit bij het beeld dat melkveehouders, samen met hun adviseurs, momenteel veel aandacht besteden aan het optimaliseren van de rantsoenen. Dat komt mede tot uitdrukking in het relatief lage niveau van het ruw-eiwitgehalte van de voorjaarskuilen van 2022.

Na afloop van elk kalenderjaar berekent het CBS achtereenvolgens voorlopige en definitieve cijfers over de fosfaat- en stikstofexcretie van de veestapel. De definitieve cijfers gaan daarbij uit van de excretiefactoren per dier die zijn vastgesteld door de Werkgroep Uniformering berekening Mest- en mineralencijfers en het aantal dieren in de Landbouwtelling.