Stijgende zorgvraag door het Wmo-abonnement?


23-03-2018 JOURE – De Vereniging van de Nederlandse Gemeenten (VNG) vreest dat de zorgvraag en kosten gaan stijgen door de invoering van het zogenaamde Wmo-abonnement. Maar is dit wel echt het geval? Uit verschillende onderzoeken blijkt dat financiële overwegingen niet de boventoon voeren om onbetaalde of informele zorg te vragen. Veel mensen willen wel informele hulp geven of ontvangen, maar ervaren onvoldoende mogelijkheden hiertoe.

Wanneer iemand moeite heeft om zelfstandig thuis te wonen of om maatschappelijk te participeren kan hij een beroep doen op de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Iemand kan dan bijvoorbeeld huishoudelijke hulp krijgen of naar een dagbesteding gaan. Nu dragen gebruikers van zulke voorzieningen – afhankelijk van hun inkomen – bij aan de kosten: de eigen bijdrage. Het kabinet is van plan om de lasten voor gebruikers te verlichten door de eigen bijdrage te beperken tot maximaal €17,50 per vier weken. Dit wordt het Wmo-abonnementstarief genoemd.

Gemeenten verwachten stijgende zorgvraag
De Vereniging van de Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft in een bijzondere ledenbrief kritiek geuit op het Wmo-abonnementstarief. De VNG vreest dat gemeenten door deze maatregel meer geld kwijt zijn aan Wmo-voorzieningen en dat de zorgvraag stijgt. De verwachting is dat door het Wmo-abonnementstarief de Wmo-voorzieningen toegankelijker en aantrekkelijker worden. Dit zou mensen ertoe aanzetten om eerder én vaker een Wmo-voorziening aan te vragen. Uitspraken in de discussie hierover suggereren dat burgers bij de keus om een Wmo-voorziening aan te vragen vooral naar het financiële plaatje voor zichzelf kijken.

Twijfel over mogelijkheden informele hulp
Uit diverse onderzoeken onder gebruikers van Wmo-voorzieningen, mantelzorgers en informele zorgverleners blijkt dat financiële overwegingen vaak niet de boventoon voeren. Veel mantelzorgers ervaren dat het geven van zorg voldoening geeft en dat het goed voelt om iets voor de ander te doen. De meeste Wmo-gebruikers willen wel gebruik maken van onbetaalde hulp, maar ervaren hiertoe niet altijd de mogelijkheid. Een meerderheid vindt overigens het beroep dat gedaan moet worden op informele hulp en eigen mogelijkheden van mensen terecht. Desondanks doet een meerderheid van de Wmo-gebruikers liever een beroep op een zogeheten maatwerkvoorziening in plaats van een algemene voorziening of informele zorg. Daarmee voelen de meeste mensen zich beter geholpen.

Verder onderzoek en discussie
Een mogelijke vervolgvraag is om welke redenen Friezen een beroep doen op de Wmo, in plaats van – of als aanvulling op – de informele zorg. Dit zou handvatten geven om regelingen binnen de Wmo en de uitvoering daarvan beter af te stemmen op de motieven, behoeften en noden van (potentiële) gebruikers. Nader onderzoek lijkt op zijn plaats.

Hebt u vragen of wilt u meer informatie?
Dan kunt u contact opnemen met Keimpe Anema, onderzoeker Fries Sociaal Planbureau, 06 156 130 72 | 058 324 58 00 of kanema@friessociaalplanbureau.nl