Sociaal beleid maken met burgers blijkt in de praktijk nog lastig

08-09-2020 JOURE – Friese gemeenten willen hun inwoners actief betrekken bij de ontwikkeling van sociaal beleid. In de praktijk blijkt dat voornemen lastig uit te voeren: de ruimte voor beleidsparticipatie door inwoners en cliënten is vaak beperkt. Dat concludeert het Fries Sociaal Planbureau (FSP) na onderzoek onder leden van burger- en cliëntraden en betrokken beleidsambtenaren in het Friese sociaal domein.

De huidige participatiesamenleving vraagt een actieve bijdrage van de burger. Daarmee is het ook vanzelfsprekend geworden dat burgers kunnen meepraten over de ontwikkeling van lokaal sociaal beleid. 45% van de inwoners van Fryslân geeft aan dat zij graag door hun gemeente betrokken wil worden bij de ontwikkeling van beleid. De meeste burger- en cliëntraden willen vooral vanuit inwonersperspectief een bijdrage leveren aan het verbeteren van sociaal beleid en de uitvoering van dat beleid. De adviesraden vinden het belangrijk om als gelijkwaardige adviespartner in alle fasen van beleidsontwikkeling mee te denken, dus ook in de beleidsvoorbereidende en -uitvoerende fase.

Uitdaging voor alle partijen Het FSP-onderzoek laat zien dat het betrekken van burgers bij de ontwikkeling van sociaal beleid grote uitdagingen met zich meebrengt. Burgers en gemeenten hebben niet altijd dezelfde verwachting en het blijkt lastig om deze op elkaar af stemmen. Bovendien wordt het vertrouwen van adviesraden in de gemeente regelmatig op de proef gesteld, bijvoorbeeld wanneer zij pas in een later stadium bij de ontwikkeling van sociaal beleid worden betrokken of wanneer onduidelijk blijft wat de gemeente met hun adviezen heeft gedaan.

Kloof tussen wens en praktijk De meeste adviesraden en gemeenten hebben in de loop der tijd een modus gevonden die voor hen werkbaar is. Hoewel de onderlinge verschillen tussen gemeenten en raden groot zijn, blijft er op vijf cruciale punten toch een kloof tussen wens en praktijk:

  1. Onvoldoende diversiteit. De meeste adviesraden vormen qua samenstelling geen afspiegeling van de lokale samenleving.
  2. Geen structureel contact met ‘de achterban’. Adviesraden krijgen daardoor te weinig informatie uit hun netwerk van ervaringsdeskundigen, cliënten en hun naasten.
  3. Nauwelijks ongevraagde advisering. Burger- en cliëntraden komen vaak alleen toe aan het bijhouden van de gemeentelijke beleidscycli en het reageren op beleidsnota’s die hieruit voortkomen.
  4. Adviesraden te laat betrokken. Ondanks goede bedoelingen betrekken gemeenten de burger- en cliëntraden vaak te laat bij de ontwikkeling van beleid. Adviesraden vinden dat zij daardoor een minder goede bijdrage kunnen leveren.
  5. Weinig invloed op regionaal niveau. Adviesraden mogen meepraten op gemeentelijk niveau, maar hebben vaak nauwelijks een stem in het regionale beleid dat gemeenten in onderlinge samenwerkingsverbanden ontwikkelen.

Oorzaken kloof De kloof tussen wens en praktijk van beleidsparticipatie in het sociale domein wordt grotendeels veroorzaakt door wrijving tussen een ambtelijke systeemwereld en de leefwereld(en) van inwoners. Ook de verschillende financiële belangen van overheid en inwoners spelen een belangrijke rol. Daarnaast zijn de adviesraadsleden het onderling niet altijd eens over de beste strategie voor burgerparticipatie. Sinds het wegvallen van provinciale ondersteuning komen de adviesraden ook niet meer bijeen om hierover na te denken. Tot slot zijn er de uiteenlopende doelen die gemeenten en adviesraden met beleidsparticipatie nastreven. ‘Ontplooiing’, ‘verantwoordelijkheid van burgers’, ‘kwaliteit en draagvlak van beleid’ worden vaak in één adem worden genoemd, maar deze doelen hoeven niet in elkaars verlengde te liggen.