Provincies verlangen geen vergunning bij beweiden

17-04-2020 JOURE – Boeren die hun koeien in de wei laten grazen hebben daar geen aparte vergunning in het kader van de Natuurbeschermingswet voor nodig omdat beweiden al onderdeel is van de vergunning voor stalemissies. Dit hebben de colleges van Gedeputeerde Staten van alle provincies op 14 april bekrachtigd. De provincie stellen dat het beweiden van vee een normaal onderdeel is van het veehouderijbedrijf.

Het beweiden van weilanden door vee is al sinds jaar en dag een normaal onderdeel van de bedrijfsvoering in de veehouderij. De Nederlandse samenleving hecht er ook aan dat er vee in het landschap aanwezig en zichtbaar blijft. Beweiden is ook in termen van stikstofemissie gunstiger dan het compleet op stal houden van het vee, waarbij urine en vaste mest vermengd raken in de stal. In dat geval wordt er meer ammoniak gevormd.

Provincies zullen een losse aanvraag voor beweiden weigeren, met begeleidende berichtgeving dat een vergunning hiervoor niet vereist is. Aanvragen waarin een stal- en beweidingsvergunning gesplitst zijn, zullen als één geheel behandeld worden. De minister en de provincies redeneren dat boeren in hun stalvergunning al een vergunning hebben voor het houden van hun dieren, inclusief de uitstoot die daarbij vrijkomt. In lijn met het advies van de Commissie Remkes stellen de provincies zich op het standpunt dat beweiden daardoor niet kan leiden tot meer uitstoot dan al in de stalvergunning is beoordeeld. Een afzonderlijke vergunning volgens de Wet Natuurbescherming voor het beweiden zou dubbel zijn.

Lopende en nieuwe vergunningaanvragen voor stallen worden door de provincies alleen beoordeeld op de uitstoot die vrijkomt uit de stallen. Handhavingsverzoeken die bij de provincies zijn binnengekomen doordat er onduidelijkheid bestond over de regels rondom beweiden zullen door de provincies worden afgewezen. Alle 12 provincies werken volgens deze afspraken over het beweiden. Handhavingsverzoeken zullen de provincies op basis hiervan afwijzen. Het is aan de rechter of de gehanteerde aanpak voldoet of dat deze aangepast moet worden.