Provincies kritisch over toetsmethode grondwater

02-03-2019 JOURE – De provincies vinden dat de Kaderrichtlijn Water, de daarmee samenhangende grondwaterrichtlijn, de richtlijn milieukwaliteitsnormen en de overstromingsrichtlijn en andere Europese wetgeving en beleid beter op elkaar afgestemd dienen te worden. Dat staat in een position paper met standpunten ten aanzien van de Europese Kaderrichtlijn Water dat het Interprovinciaal Overleg (IPO) gepubliceerd heeft.

Het betreft in het bijzonder de afstemming met het toelatingsbeleid voor medicijnen en gewasbeschermingsmiddelen, de nitraatrichtlijn, Natura 2000, het gemeenschappelijke landbouwbeleid en de drinkwaterrichtlijn. Daarnaast is een betere synchronisatie tussen planperiodes van verschillende richtlijnen gewenst. Ook maken de provincies zich zorgen over de methode waarmee de hoeveelheid bestrijdingsmiddelen in grondwaterlichamen wordt getoetst.

Vervolg Kaderrichtlijn Water
Volgens de Nederlandse provincies moet de Kaderrichtlijn Water – die eindigt in 2027 – ook daarna worden voortgezet. Alle maatregelen ten behoeve van het bereiken van een goede ecologische en chemische toestand moeten voor 2027 genomen zijn. Externe ontwikkelingen als klimaatverandering maken het nemen van maatregelen ook na 2027 noodzakelijk. De provincies vragen de Europese Commissie daarom ook na deze datum verder te gaan met de Kaderrichtlijn Water.

Europees waterbeleid
De Kaderrichtlijn Water is het meest uitgebreide instrument van het waterbeleid van de Europese Unie. Het voornaamste doel ervan is de watervoorraden en de waterkwaliteit van de Europese Unie te beschermen en te verbeteren. De Kaderrichtlijn verplicht de lidstaten duurzaam met water om te springen. Hiervoor moeten ze beheerplannen opstellen per stroomgebied.

Evaluatie Kaderrichtlijn Water
Provincies kritisch over toetsmethode grondwaterDe Kaderrichtlijn Water wordt binnenkort geëvalueerd. Iedereen kan nog tot en met 4 maart 2019 deelnemen aan de openbare raadpleging. Het doel van de evaluatie is om te kijken naar de relevantie, doeltreffendheid, efficiëntie, samenhang en de waarde van de richtlijnen. Daarnaast wordt gekeken naar mogelijkheden om de regelgeving te vereenvoudigen en de administratieve lasten te verlichten.