Pleidooi voor uitbreiding van weidevogelkerngebieden in Friesland

31-12-2019 JOURE – In Friesland moeten in ieder geval 10 robuuste weidevogelgebieden van ten minste 1.000 hectare komen om de achteruitgang van weidevogels tegen te gaan. Elk gebied moet daarbij een kern hebben van 300 hectare of meer kruidenrijk grasland of een verhoogd waterpeil. In gebieden met een hoge dichtheid van weidevogels op grote oppervlakten zijn kuikens meer beschermd tegen predatoren. Dit stellen de Bond van Friese Vogelwachten, Kollektivenberied Fryslân, It Fryske Gea, Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer, Friese Milieufederatie en de Jagersvereniging natuurorganisaties in een oproep aan het provinciebestuur.

Friesland heeft nu 110.000 hectare aan weidevogelkerngebieden. Deze gebieden zijn volgens de partijen de natuurorganisaties van het Olterterpoverleg onvoldoende om de achteruitgang van weidevogels te keren. Zij roepen het provinciebestuur op om de huidige schaal van weidevogelbescherming ook buiten de robuuste weidevogelgebieden in stand te houden.

Volgens voorzitter Durk Durksz van het Olterterpoverleg zijn er in Friesland diverse plekken die geschikt zijn voor robuuste weidevogelgebieden, bijvoorbeeld Greidhoeke, Idzegea, Workumerwaard en Kollum-Oost. Ook het Kollektivenberied Fryslân is een van de partijen in het Olterterpoverleg. Voorzitter Albert Van der Ploeg denkt maakt zich sterk voor voldoende vergoedingen voor boeren die hun percelen inrichten als weidevogelgebied. Dat kan een meerprijs voor de melk zijn, maar kan ook gefinancierd worden met een verhoging van de ozb of provinciale opcenten