Neerslagtekort van ongeveer 65 millimeter

02-04-2019 JOURE – Nog altijd is er gemiddeld over Nederland sprake van een neerslagtekort van 65 millimeter, terwijl er normaal op 31 maart juist een overschot van 206 millimeter is. Er zijn grote regionale verschillen. Op de zandgronden in het zuiden en oosten is sinds 1 april 2018 circa 100 tot 200 millimeter minder neerslag gevallen dan verdampt. In Noord-Holland, Zuid-Holland, Drenthe en op de Veluwe is inmiddels sprake van een neerslagoverschot van 30 tot 80 millimeter. In de rest van Nederland is sprake van een tekort van 10 tot 60 millimeter.

Per 1 april begint het nieuwe groeiseizoen officieel en start de berekening van het neerslagtekort opnieuw. De droge voorgeschiedenis kan echter in het vervolg van de lente en in de zomer nog een rol spelen. Vooral op de zandgronden is nog onvoldoende regen gevallen om het grondwaterpeil weer op een normaal niveau te brengen. Dit betekent dat bij een nieuwe periode van droogte in het komende groeiseizoen sneller dan gebruikelijk problemen kunnen ontstaan.

Hoewel er 271 millimeter verschil zitten tussen het normale overschot van 206 millimeter en het huidige tekort van 65 millimeter, is de overlast in de praktijk kleiner dan deze cijfers doen vermoeden. Normaal gesproken wordt al het overtollige hemelwater in de winter massaal geloosd op de Noordzee en op het IJsselmeer. Dit jaar hebben Rijkswaterstaat en de waterschappen er alles aan gedaan om juist zoveel mogelijk hemelwater en rivierwater vast te houden. Zo werd water van het IJsselmeer Friesland ingepompt, terwijl normaal water afgevoerd moet worden. Hierdoor zijn de grondwaterstanden op veel plaatsen geleidelijk gestegen.

Normaal gesproken wordt het neerslagtekort bijgehouden in de periode van 1 april tot en met 30 september. In een normale winter ontstaat een flink neerslagoverschot, waardoor het niet interessant is om dit nog te berekenen. Vanwege de extreme situatie heeft Weeronline het neerslagtekort ook tijdens de afgelopen winter berekend.