Nederland gaat naar minder agrarische bedrijven en dieren

24-09-2019 JOURE – “In Nederland blijft er plek voor de land- en tuinbouwsector, maar die gaat er in de toekomst anders uitzien dan nu, met minder bedrijven en dieren. Als je ziet wat er aan wet- en regelgeving is en er nog aan komt, dan verwacht ik dat de omvang van de veestapel terug gaat lopen, ook in de melkveehouderijsector.” Dat stelt Carin van Huët, directeur Food & Agri bij Rabobank Nederland.

“Iedere boer die een positie wil behouden in Nederland moet stappen maken in duurzaamheid”, stelt van Huët. “Voor het kredietbeleid heeft Rabobank een duurzaamheidsmatrix ontwikkeld. Dat is een checklist waarin de mate van duurzaamheid per sector wordt vastgesteld. Deze matrix speelt een steeds prominentere rol bij financieringsaanvragen. We zeggen niet: u krijgt geen financiering. Maar we gaan wel nadrukkelijk het gesprek aan over de mate waarin een bedrijf aan de duurzaamheidsnormen voldoet. Vervolgens stippelen we samen een pad uit om uiteindelijk te verbeteren op de verschillende duurzaamheidscriteria.”

Rabobank blijft sector financieren
“We zijn bewuster gaan financieren op rendement en cashflow, maar het is een misverstand dat we ook minder financieren. Dat we in Nederland 5 miljard minder aan krediet hebben uitstaan, komt mede doordat er de laatste jaren behoorlijk is afgelost en dat de looptijden voor financiering korter zijn geworden. Ook is er eerder al een inhaalslag geweest in vervangingsinvesteringen. Ondernemers maken nu wat vaker een pas op de plaats. En er komen minder bedrijven. Maar per bedrijf stijgt de financiering. Je ziet dat de sector aan het veranderen is qua grootte en kapitaalsintensiteit en dat zal niet stoppen.”

Nieuwe ondernemingsvormen
“De bedrijven worden groter en specialistischer, al blijft er ook ruimte voor kleinere sterke familiebedrijven en bedrijven die in een niche opereren. Ook de bedrijfsvormen veranderen. Ondernemers vormen maatschappen of andere ondernemingsvormen, om zo bedrijven te combineren of om gezamenlijk te kunnen investeren in verduurzaming. Zo zie je met name in de akker- en tuinbouw vaker ondernemingsvormen waarbij familiekapitaal en exploitatie worden gescheiden. Dit gebeurt niet alleen binnen de familie, maar ook buiten de familie. De familie brengt dan tegen een vergoeding het bedrijf in de onderneming en blijft eigenaar. Ik verwacht dat dit ook meer gemeengoed gaat worden in de melkveehouderij. Verder verwacht ik dat er meer ketensamenwerking komt, met betere onderlinge afspraken tussen partijen en een betere positie voor de boer in de keten.”