Marten ten Boom:,,Het slagwerk is de hartslag van de muziek”


11-02-2017 JOURE – In de bij de woning betrokken garage zit hij ontspannen bij de kachel, Marten ten Boom. Samen met zijn vrouw Doety geniet de muzikant in ruste van wat het leven te bieden heeft. Al te veel stil zitten is er ondanks dat de drumstokken aan de spreekwoordelijke willigen hangen niet bij. Genieten is het motto, van het reizen naar Griekenland, het bezoeken van concerten en van het huis aan het water. 

De woning die door Marten deels eigenhandig uitgebreid is tot een geriefelijk onderkomen met veel lichtinval. Dat licht komt vooral binnen door glazen aanbouw aan de achterzijde. “In de zomer zitten we daar eigenlijk altijd buiten. Met de deuren open wordt het zelf aangelegde terras één met ons huis. Heerlijk om er te vertoeven, met een sfeervuurtje erbij”, vertelt Marten. Niet alleen thuis houd hij ervan om op het terras te zitten. Ook voor een kroeg of restaurant vermaakt Ten Boom zich prima buiten op een stoel aan een tafeltje. ,,Mooi naar mensen kijken. Ik ben een echte Bourgondiër, ik houd van het leven. Lekker eten en een drankje op zijn tijd is aan mij wel besteed.”

De Stampers
Tot voor een aantal jaren geleden was er van het genieten van het thuis- en sociale leven weinig sprake. Marten ten Boom was als muzikant veel met name 's avonds onderweg. Een voordeel daarvan was wel dat hij dan overdag thuis kon zijn. Toen hun twee zonen nog jonger waren konden hij dan samen met hun en zijn vrouw leuke uitjes maken. Waar anderen uitgaan als invulling voor hun vrije tijd zochten, was hij juist degene die voor dat vermaak zorgde. De Jouster speelde als drummer mee op platen van Anneke Douma, maar maakte ook zo'n zeventien jaar deel uit van het duo De Stampers.

In die setting trok hij al die jaren samen met zijn neef en toetsenist Albert de Hey langs feesten en partijen. Daar waar muziek nodig was, kon je De Stampers vinden. Marten, die ook wel Merten wordt genoemd, vertelt:,,We de deden de hele zomer feesten, van 'merkes' tot kaatsen. Dat was niet mijn favoriete werk, ik speelde liever dansmuziek op bijvoorbeeld bruiloften, maar ook bij dansscholen. We waren bij zulke gelegenheden graag geziene artiesten, omdat we goed het juiste tempo aan konden geven. Vooral met het slagwerk, het instrument dat ik speelde bepaal je het ritme, de hartslag van de muziek.”

De Boeretrien
De Stampers namen ook een paar plaatjes op. Die nummers zijn nu nog steeds online terug te vinden. Voor velen van de oudere garde, met name in Friesland, zullen de titels ,,Ik ben weer de sigaar” (1978) en ,,de Boeretrien” (1977) zeker niet onbekend in de oren klinken. Die laatste single haalde zelfs elf weken de Nederlandstalige Top 20. Oorspronkelijk was het niet de bedoeling om de bandopname uit te brengen. Het bleek dat het nummer min of meer stiekem uit was gebracht door Wobbe van Seijen op zijn label Universe.

250 dagen onderweg
Avond aan avond bepaalden de melodieën van Marten en de mede-artiesten de sfeer in dorpen en steden. ,,Het was niet ongewoon dat we 250 dagen van het jaar op pad waren. Ik heb wel meegemaakt dat we dertig dagen achtereen op het podium stonden. Dan kon je me daarna wel aan de kant vegen.” Ook de carnavalsperiode legde een behoorlijk beslag op het gezinsleven. Het waren dagen dat de drummer helemaal niet thuis kwam. ,,Wij als noorderlingen werden dan geboekt om op te treden in Den Bosch en brachten daar het carnavalsfeest. In Oeteldonk hebben zo'n 25 jaar gespeeld. Van Prins Carnaval kregen we een gouden speld vanwege onze verdienste voor het carnaval in die stad.” Het waren lange dagen. ,,Na het spelen tot een uur of twee 's nachts, bleven we natuurlijk nog even zitten. Dat even werd dan een uur of vijf in de ochtend en om twee uur in de middag moesten we weer spelen.”

Stinkende makreel
Plezier was zeker ook onderdeel van optredens, vooral de lol om de feestvierders. ,,Zo was er een keer een man verkleed als kikker die elke dag naar ons toe kwam en met grote regelmaat wist te melden dat hij een kikker was. Toen heb ik hem op een gegeven moment gezegd dat hij wat mij betreft in de gracht mocht springen.” Ook qua onaangename geur is er nog wel een herinnering bij gebleven. ,,Normaal had men bij een boerenkiel wel klompen over de schouders hangen, maar deze man had ze vervangen door makrelen. De eerste dag ging dat nog wel, maar na vijf dagen was het niet meer te harden. Wat een stank.” Een groot pluspunt van een verblijf in Den Bosch was natuurlijk wel ,,dat we aan het einde van het carnaval met goed gevulde zakken naar huis gingen.”

Al jong ritmegevoel
Met de geboorte op 22 februari 1950 was eigenlijk ook meteen de muzikant Marten ten Boom op de wereld gekomen. In zijn tafelstoel liet hij al horen gevoel voor ritme te hebben. ,,Ik timmerde toen al met de muziek mee, zeggen de mensen om mij heen.” Een dat bleef zo doorgaan. ,,Mijn broer Geert ten Boom, de accordeonist, vond dat ik muzikaal was en zei tegen onze ouders dat ik eigenlijk een drumstel moest hebben. Ik wilde dat ontzettend graag. In december 1961, ik was nog geen twaalf jaar, kreeg ik mijn eerste drumstel. Met een prijs van 700 gulden een enorme uitgave.” Dat Marten er meteen serieus werk van maakte bleek wel toen hij twee maanden later al als slagwerker met de grote jongens, broer Geert en accordeonist/volkszanger Gerard 'Joets' Wiersma, optrad.

De stekker eruit
Na meer dan 35 jaar op de podia was langzaamaan het gevoel ontstaan dat het tijd was om te stoppen. ,,Het begon als een hobby en werd mijn beroep. Dat bracht niet alleen een mooi inkomen met zich mee, maar natuurlijk verplichtingen. De kastelein huurde ons in zodat hij geld zou verdienen, dan is het dus moeten in plaats van mogen.” Marten vervolgd:,,Als er dan een hit was, zoals 'Busje komt zo' dan moest dat gespeeld worden. Vaak niet één keer, maar meerdere keren op een avond. Elke keer die zelfde verplichte nummers maakt de muzikant in jezelf dood.”

Daarbij kwam ook dat in de loop van de tijd dat feesten agressiever werden door toedoen van de combinatie drank en drugs. ,,Ik keek er steeds meer tegenop om op te treden, had er steeds minder zin in.” In het dorp waar ze vele malen het publiek hadden vermaakt, eindigde in september 2000 de muzikale carrière van Marten ten Boom. ,,In Bar de Baron, van Willem en Annie Werkman, hebben we toen aan het einde van de Sint Nykster Merke de stekker eruit getrokken.”

Duurder dan de Rolling Stones
Na de muziek heeft de Jouster drummer nog met veel plezier gewerkt bij een toeleveringsbedrijf voor drogisten in Oudehaske, bij het facilitair bedrijf van de Flecke en in de keuken van het Sint Antonius ziekenhuis in Sneek. Daar heeft hij zijn werkzame leven afgesloten als bezorger van maaltijden. In de periode dat hij bij deze bedrijven werkte, werd hij nog met regelmaat gevraagd om te komen spelen. Zijn antwoord was steevast nee. ,,Ik zei dan dat ik duurder was dan de Rolling Stones, dan was het snel klaar.” Of musiceren er ooit nog weer van komt? ,,Ik sluit het niet uit, maar dan is het puur voor mij zelf. Optreden hoeft van mij echt niet meer.”

Foto & Interview: Gewoan Dwaan/Douwe Bijlsma