Maand van de Geschiedenis: Maken Friese klokken gelukkig?


13-10-2017 JOURE – Het is de Maand van de Geschiedenis! Het thema dit jaar is geluk. Daarom kijkt het museum Joure deze maand met een roze bril naar hun collectiestukken en vragen ze hun af: maakten ze mensen gelukkig? Vandaag onder de loep: de Friese klok. Tijdens de hoogtijdagen van de Friese klokkenindustrie gingen er jaarlijks maar liefst 4000 Friese staartklokken in Joure over de toonbank!

Vanaf de 18e eeuw begon de klokkenindustrie te groeien met Joure als bruisend middelpunt. Vooral de Friese stoelklok en later de Friese staartklok waren erg populair, niet alleen in Nederland maar ook in het buitenland. Maar hoeveel geluk bracht de klokkenindustrie?

Een modestuk
Aan het begin van de klokkenindustrie werden er voornamelijk Friese stoelklokken gemaakt. De stoelklok heeft zijn naam te danken aan het tafeltje met vier poten waar de klok op vast gemaakt is.

Na 1825 raakte de stoelklok uit de mode en werd de staartklok populair. Bij de staartklok zit de slinger in een slingerkast, dit is de staart waar de klok zijn naam aan te danken heeft. De meeste staartklokken maakte de klokkenmaker op bestelling, de klant bepaalde het uiterlijk en daarmee ook de prijs van de klok. Hierdoor was de staartklok voor bijna alle mensen betaalbaar, veel boeren en burgers hadden dan ook een staartklok. Deze hing vaak in de gang zodat iedereen in het huis de klok kon horen.

Welvaart voor vele ambachten
Een Friese klok bestaat uit veel verschillende onderdelen. Dat zorgde voor allerlei industrietjes rondom de Jouster klokkenindustrie. De klokken leverden veel werk op, kun je zeggen. Kastenmakers maakten de klokkasten, koperslagers vormden de gewichten en geelgieters goten de wijzers en pilaren. De details verzorgden de houtdraaiers (onderdelen voor op de kap) en de schilders (schilderingen op de wijzerplaten). De knechten van de klokkenmakers namen zelfs werk mee naar huis waar het hele gezin meehielp. De kinderen vormden bijvoorbeeld de koperen kettingen voor de gewichten. Op deze manier konden er meerdere klokken per week gemaakt worden.

Duitse concurrentie
Na 1857 ging het bergafwaarts met de Friese klokkenindustrie. Zo gaven boeren niet zoveel meer uit wegens de agrarische crisis. Maar de grootste boosdoener was de Duitse regulateur. Deze klok was goedkoper en hoefde nog maar één keer in de acht dagen opgewonden te worden, de staartklok daarentegen elke dag. Veel klokkenmakers hielden ermee op of lieten hun bedrijf overnemen door bijvoorbeeld knechten. De klokkastmakers pakten het anders aan. Zij gingen zich richten op het maken van meubels. Zo ontstond de Jouster kast, een eenvoudige kast met een toog van houtsnijwerk.

Geluk waar iedereen van geniet
Al met al heeft de Friese klokkenindustrie voor veel geluk en welvaart gezorgd, mogen we wel stellen. En nog steeds maken de prachtige klokken mensen gelukkig. Dat ondervinden we dagelijks in het museum, waar het hart van de Friese klokkenliefhebber sneller gaat kloppen bij het zien van de oude werkplaats en de topcollectie Friese klokken. Ook de Jouster klokkenmakers van vandaag de dag kunnen dat beamen.

En zeg nou zelf: met dat prachtige schilder- en houtsnijwerk is het toch een feestje om naar te kijken?