Hoofdlijnenbrief voor de aanpak van het stikstofprobleem

04-04-2022 JOURE – De natuur versneld herstellen en het landelijk gebied toekomstbestendig maken. Dat is de kern van de hoofdlijnenbrief voor de aanpak van het stikstofprobleem, die minister Van der Wal voor Natuur en Stikstof vrijdag 1 april naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. In de brief schetst de minister de route naar een gebiedsgerichte aanpak, een intensivering en versnelling van bestaande stikstofmaatregelen en plannen om de huidige vergunningverlening beter houdbaar te maken.

Het doel van het kabinet is een vermindering met 50% van stikstofuitstoot en daarnaast moet 75% van de stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden op een gezond niveau zijn gebracht in 2030. Het kabinet wil stikstofmaatregelen in een gebiedsgerichte aanpak slim combineren met andere maatregelen om de natuur, de bodem en de waterkwaliteit te verbeteren en de klimaatopgave te halen. Dat gebeurt via een Nationaal Programma Landelijk Gebied. Het kabinet heeft hiervoor 25 miljard euro beschikbaar gesteld bovenop 6 miljard aan bestaande middelen.

Omdat gebieden verschillen, verschilt ook de aanpak per gebied. Rijk en provincies stellen per gebied doelen vast die onontkoombaar gehaald moeten worden. Bij elkaar tellen die doelen op tot het landelijke doel. Uiterlijk in juli 2023 is in elk gebied duidelijk wat het doel is en hoe dat gehaald wordt, waarna er geld beschikbaar komt. Alle sectoren leveren een bijdrage.

De opgave vergt een grote inzet van de agrarische sector. De inzet van de minister is om dit zoveel mogelijk op basis van vrijwilligheid te doen: via stoppersregelingen en daarnaast via mogelijkheden voor boeren die willen blijven om te verplaatsen, op een andere manier te boeren of te innoveren. Als dat onvoldoende resultaat oplevert, komen meer dwingende maatregelen in beeld.

De minister zet maximaal in op het vrijwillig stoppen van ondernemers en onderzoekt of huidige en komende opkoopregelingen aantrekkelijker gemaakt kunnen worden. Onder meer door in te zetten op het principe dat ‘hoe eerder een ondernemer zich meldt voor een stoppersregeling, des te gunstiger de financiële voorwaarden zijn. Ook wil Van de Wal inzetten op het versneld opkopen van piekbelasters en grond.

De resultaten van een ‘quick-scan natuurdoelanalyse’ volgen in mei en geven een eerste beeld van natuurgebieden waar herstel uit beeld dreigt te raken. Als vervolgens uit de volledige natuurdoelanalyses blijkt dat in gebieden snel aanvullende stikstofreductie nodig is om verslechtering te voorkomen en herstel mogelijk te maken, krijgen deze gebieden prioriteit. Dat betekent dat er versneld maatregelen worden getroffen en dat meer dwingend instrumentarium eerder, mogelijk al de komende jaren, voor die gebieden in beeld is.

Verder verstuurt minister Van der Wal op korte termijn verzoek naar provincies voor een inventarisatie van concrete projecten en voorstellen die er al liggen om doelen voor natuur, stikstof, water en klimaat te halen. Wanneer deze plannen concreet genoeg zijn, kan daarmee al in 2022 en 2023 worden begonnen met maatregelen en wordt financiering geregeld.

Door diverse gerechtelijke uitspraken is er zowel bij aanvragers als verleners van een natuurvergunning de nodige onzekerheid over de houdbaarheid van deze vergunningen. Het kabinet erkent dat. Om op korte termijn toch meer zekerheid te bieden, werkt minister Van der Wal samen met de regionale overheden aan aanscherpingen van de regels rondom de latente ruimte in vergunningen, de regels rondom intern en extern salderen, beweiden en bemesten en de regels rondom het gebruik van de emissiefactoren uit de Regeling Ammoniak Veehouderij. Nog voor de zomer volgt een concrete invulling van deze aanscherpingen.