Hoge stikstofbelasting oppervlaktewateren

15-04-2021 JOURE – De stikstofbelasting in Nederlandse oppervlaktewateren is groot, en in tegenstelling tot die op land onderbelicht. De doelen van de Europese Kaderrichtlijn Water worden in 2027 niet gehaald als de belasting niet fors wordt gereduceerd. Dat is de conclusie van een onderzoek dat is uitgevoerd in het kader van de Kennisimpuls Waterkwaliteit KIWK.

Binnen het KIWK-project ‘Systeemkennis en Ecologie’ is onderzoek gedaan naar de rol van stikstof voor de waternatuur in zoete Nederlandse oppervlaktewateren. Allereerst is via bronnenanalyses de herkomst van stikstof bepaald. Vervolgens is onderzocht welke omzettingen van stikstofverbindingen in het grond- en oppervlaktewater kunnen optreden. De onderzoekers bekeken de effecten van een hoge stikstofbelasting op de waterkwaliteit en aquatische natuur van zoete wateren. Ook vergeleken ze de drempelwaarden voor ecologische effecten van stikstof met de huidige normen.

Regionale bronnenanalyses geven een gedetailleerd beeld van de herkomst van stikstof in het oppervlaktewater. Het grootste deel blijkt afkomstig uit landbouwkundige activiteiten. Hoewel het aandeel van de landbouw gemiddeld 66% is, varieert dit erg per regio: tussen de 46% en 86%. Verreweg de grootste post voor de huidige stikstofbelasting van het oppervlaktewater is bemesting. Andere bronnen, zoals rioolwaterzuivering en aanvoer vanuit het buitenland, leveren een kleinere bijdrage.

Een groot deel van de stikstofbelasting bestaat uit nitraat, dat zeer mobiel is en eenvoudig kan uitspoelen naar het grond- en oppervlaktewater. Tijdens dit transport kan nitraat worden opgenomen en omgezet in diverse verbindingen. Eén van de belangrijkste omzettingen hierbij is denitrificatie waarbij nitraat wordt omgezet in stikstofgas, dat vervolgens naar de atmosfeer ontsnapt en  uit het watersysteem verdwijnt. Bij denitrificatie worden echter ook  bijproducten  gevormd zoals bicarbonaat en sulfaat, die eveneens schadelijk kunnen zijn voor de waternatuur.

Een overmaat aan stikstof leidt tot een cascade van effecten op het ecologisch functioneren en de soortenrijkdom van Nederlandse oppervlaktewateren, stellen de onderzoekers. Het kan de groei van algen stimuleren, waardoor eutrofiëring optreedt. Ook kan er  een disbalans ontstaan tussen de hoeveelheden van verschillende nutriënten en mineralen in algen en waterplanten. Bovendien kunnen bepaalde giftige stikstofhoudende verbindingen hoge concentraties bereiken, met grootschalige sterfte van planten en dieren als gevolg.