Geen echte taalstrijd meer in Fryslân


12-07-2017 JOURE – Met de groeiende mobiliteit van de bevolking lijkt het wel een wonder dat het Fries nog bestaat. Inwoners van Fryslân zijn in de loop der tijden minder Frieszinnig en meer meertalig geworden. Dat blijkt uit de vierde taalsociologische survey Taal in Fryslân: de volgende generatie. Een groot deel van de Friezen die in 2016 hebben meegedaan aan deze survey, rekent zich tot zowel de Friese als de Nederlandse taalgroepen. Meertaligheid lijkt de norm te zijn en van een echte taalstrijd in de provincie is geen sprake.

Een grote meerderheid van de Friestaligen geeft aan niet negatief te staan tegenover het Nederlands en Nederland. Bovendien lijkt fatsoen de regel in de omgang met taal te zijn. Voor een grote groep Friestaligen blijkt het moeilijk te zijn om door te praten in het Fries wanneer sommige mensen het niet kunnen verstaan. Het voorkomen van uitsluiting van gesprekspartners lijkt belangrijker te zijn dan het gebruiken van het Fries.

Het Fries is door de jaren heen steeds vanzelfsprekender geworden in officiële en openbare domeinen. Maar uit het onderzoek blijkt dat de beheersing en het gebruik van de taal op veel terreinen terugloopt. Zo was het aandeel huishoudens met Fries als thuistaal in de surveys van de Fryske Akademy uit 1969, 1984 en 1994 meer dan de helft. In 2016 is dit percentage onder de 50 procent gezakt.

Opvallend is dat het aantal mensen dat aangeeft Fries te kunnen schrijven, in de loop der tijden is toegenomen. Maar waarschijnlijk is hier geen sprake van een echte toename van de schrijfvaardigheid. Met de opkomst van social media is de rol van het Fries schrijven meer verschoven richting het praten, zoals in WhatsApp en sms. Daar wordt lang niet altijd volgens de Friese norm geschreven. Het schrijven volgens de norm, zoals in brieven, e-mails en publicaties, blijft ook in deze survey beperkt.

Groeiende mobiliteit
Ruim 3800 Friezen hebben in 2016 meegedaan aan de survey Taal in Fryslân: de volgende generatie, die door projectleider Edwin Klinkenberg en promovendus Nika Stefan werd uitgevoerd in opdracht van Provincie Fryslân. De survey bouwt voort op een onderzoekstraditie die de Fryske Akademy in de jaren zestig inzette met een onderzoek naar lees- en praatgewoonten in Fryslân. Met de gegevens van de eerdere surveys uit 1969, 1984 en 1994 en de provinciale quick scans (Taalatlassen) van 2007, 2011 en 2015 konden al of niet positieve ontwikkelingen in de Friese taalsituatie over meerdere generaties worden bekeken.

In die periode van vijftig jaar heeft de Friese taal zijn relatieve isolement verloren. Met het oog op de groeiende mobiliteit van de bevolking en de toegenomen aanwezigheid van het Nederlands, lijkt het wel een wonder dat het Fries nog bestaat en nog niet is weggevaagd door het Nederlands. Maar, zo wordt gesteld in de rapportage, de neergang in het gebruik van het Fries is door het provinciaal taalbeleid en maatschappelijke acties door partijen zoals de Ried fan de Fryske Beweging misschien wel wat afgeremd.

In 2018 verschijnt een Engelstalige boekpublicatie met de volledige resultaten en een uitgebreide duiding van de survey.