Friese landbouw en verwerkende industrie is in economisch opzicht toekomstbestendig

03-10-2019 JOURE – Ondanks diverse uitdagingen is de Friese landbouw en verwerkende industrie in economisch opzicht toekomstbestendig: uitgaande van de huidige situatie is in de Friese agribusiness een goed inkomen te verwerven. Niettemin is een deel van de landbouwbedrijven kwetsbaar en blijft de zorg voor ecologische duurzaamheid groot. Afnemende biodiversiteit en bodemdaling vragen om nieuwe vormen van productie. Dat stellen de auteurs van de tweede Agri & Foodscan Fryslân. Hierin wordt een algemeen inzicht gegeven in de economische en ecologische duurzaamheid van de Friese landbouw en verwerkende industrie.

De werkgelegenheid in de in de Friese landbouw- en voedingssector is in 2018 met 3,3% gegroeid. De sectoren bieden in totaal werk aan bijna 30.000 mensen. De groei komt echter vooral voor rekening van de voedings- en genotsmiddelenindustrie.

Marktvooruitzichten zijn gunstig, handhaven koppositie vormt uitdaging
Wereldwijd is sprake van structurele groei in de vraag door een toenemende wereldbevolking. De Friese landbouw- en voedingssector kan hiervan profiteren. Maar internationaal concurrerend blijven is een uitdaging. In een hogelonenland als Nederland dient zeer efficiënt te worden geproduceerd. Continue innovatie is daarom van belang om de exportpositie te behouden.

Toekomstbestendigheid landbouwbedrijven staat onder druk
De schuldenlast is relatief hoog in de Friese melkveehouderij en het inkomen is bij een deel van de bedrijven relatief laag. Tegenvallende resultaten of dalende prijzen kunnen leiden tot uitstel van vernieuwingen. Dit maakt de sector kwetsbaar. Er zijn ook risico’s met betrekking tot de bedrijfsopvolging. Een aanzienlijk aantal bedrijven heeft nog geen opvolger en de instroom naar relevante opleidingen in Friesland daalt. Bovendien zijn er moeilijkheden bij het overnemen van het bedrijf wegens de toenemende kosten en financiële risico’s.

Onzekerheid rondom duurzaamheid
Voor een groep bedrijven liggen er kansen in het verbreden van de activiteiten en het omschakelen naar biologische landbouw. Dit geldt echter voor een kleine minderheid van de bedrijven. Voedselproductie blijft de belangrijkste oriëntatie van de agrarische bedrijven. Op nationaal niveau wordt gesproken over kringlooplandbouw en de provincie Friesland investeert in de ontwikkeling van natuurinclusieve landbouw. Tegelijkertijd is de kennis over natuurinclusieve verdienmodellen beperkt.