Economische Barometer Noord-Nederland 2019

13-02-2020 JOURE – De provincies Groningen, Drenthe en Fryslân hebben een gezamenlijke Economische Barometer opgesteld.

In deze barometer wordt met een aantal indicatoren de situatie en ontwikkelingen van de Noord-Nederlandse economie beschreven. Daarbij worden de drie noordelijke provincies met elkaar vergeleken en worden de noordelijke cijfers afgezet tegen die van Nederland.

Zo is de totale bevolkingsomvang in het Noorden op 1 januari 2019 1.723.829. Nederland telt 17 miljoen inwoners, dit betekent dat 10% van de Nederlandse bevolking in het Noorden woont. Fryslân is de grootste provincie qua bevolkingsomvang van het Noorden. De totale bevolking in Fryslân was op 1 januari 2019 647.672 personen. Groningen komt binnen het Noorden op de tweede plaats met 583.990 inwoners en Drenthe is de kleinste provincie met 492.167 inwoners.

Binnen het Noorden laat Groningen de meest positieve werkgelegenheidsontwikkeling zien. In de periode 2009- 2018 nam het aantal banen in Groningen met 3,7% toe. Fryslân telt in 2018 1,7% meer banen dan in 2009. Drenthe kende tussen 2012 en 2016 een relatief sterke banenkrimp en een minder sterk herstel vanaf 2016. Gevolg hiervan is dat Drenthe in 2018 de gevolgen van de crisis nog niet te boven is gekomen. Ten opzichte van 2009 telt Drenthe 2,9% minder banen.

Innovatie is een lastig te meten indicator en wordt in de barometer aan de hand van een aantal indicatoren bekeken, waaronder de ING Innovatie index. Het innovatievermogen van een provincie wordt hierin berekend op basis van vijf factoren. Jongerenpotentieel (werkgevers werken voor innovatie liever met jongere medewerkers), competenties (hoger opgeleiden vormen potentiële innovators), bedrijvendynamiek, flexibiliteit (aandeel zelfstandigen) en innovatieve investeringen (patentaanvragen). Van de noordelijke provincies heeft Groningen met een vijfde plaats de hoogste ranking in het Noorden. Groningen scoort met name relatief hoog op de indicator.

Fryslân en Drenthe behoren in de index tot de achterblijvers in innovatievermogen. Noord-Holland, Utrecht en Zuid-Holland hebben het hoogste aanpassingsvermogen met relatief meer jonge, goed opgeleide
mensen en een hoge bedrijvendynamiek. Noord-Brabant scoort het hoogst qua innovatieve investeringen. Op zowel leeftijd, opleiding, dynamiek als patenten scoren Drenthe, Fryslân en Zeeland het laagst. De hoge Drentse en Friese score op flexibiliteit komt door het relatief grote aandeel zelfstandigen.