Droogte heeft impact op functioneren van het bodemleven

20-05-2022 JOURE – Er is realitief weinig aandacht voor wat de droge omstandigheden aan gevolgen heeft onder de grond, terwijl de effecten van droogte op de landbouw en natuur vooral via de bodem werken. Droogte zorgt ervoor dat er in de bodem te weinig water beschikbaar is voor planten, maar ook voor bodemorganismen, waarvan de meeste afhankelijk zijn van een waterfilm rondom bodemdeeltjes en organisch materiaal. 

Planten kunnen bij droogte geen water meer opnemen met hun wortels en sluiten hun huidmondjes om waterverlies via bladeren te beperken. Dat betekent dat ze niet meer groeien. Het betekent ook dat er geen wortelexudaten meer afgescheiden worden in de bodem. Het gaat hierbij om cocktails van suikers, zuren, en signaalstoffen waardoor plantenwortels met micro-organismen communiceren.

Bodembeestjes zoals springstaarten en mijten kunnen naar diepere bodemlagen kruipen op zoek naar water, maar bacteriën en nematoden gaan bij droogte in slaapstand. Bacteriën passen hun waterhuishouding aan door zouten vast te houden, maar als de droogte te lang duurt, gaan veel organismen dood. Schimmels houden het wat langer vol, maar uiteindelijk komt het hele systeem tot stilstand. Er vinden geen processen meer plaats, zoals de afbraak van organisch materiaal en de mineralisatie van stikstof.

Wanneer  de bodem na een periode van droogte weer nat wordt, zorgt dat voor een fysische reactie van bodemdeeltjes, waardoor organisch materiaal beschikbaar komt voor versnelde afbraak. Daarbovenop worden de overblijfselen van alle bodemorganismen die dood zijn gegaan tijdens de droogte nu snel afgebroken. Dit zorgt voor een piek in CO2-productie, die de bodem verlaat, en in extra stikstofmineralisatie.

Omdat planten ook dood zijn gegaan en schade hebben geleden kunnen zij die stikstof niet volledig opnemen, en is er een verhoogd risico op stikstofuitspoeling. In ecosystemen waar de bodem normaal gesproken verzadigd is met water, zoals moerassen een veengebieden, zorgt droogte juist voor een snellere afbraak van organisch materiaal.