Beleid voor aardgasvrij maken van woningen en bedrijven

14-10-2021 JOURE – Aansluiten bij inwonersinitiatieven, voor iedereen betaalbaar, op zoek naar koppelkansen en werken vanuit een goed samenspel. Dat zijn de uitgangspunten van de gemeente om samen te werken aan het aardgasvrij maken van dorpen en wijken. Voor 2050 moeten alle gebouwen in De Fryske Marren verwarmd worden met duurzame energie, dit is een afspraak uit het nationaal Klimaatakkoord. In de Warmtevisie staat beschreven hoe de gemeente deze uitdaging aan wil pakken en welke dorpen als eerste aan de beurt zijn. Het college legt de Warmtevisie voor aan de gemeenteraad.

In het nationaal Klimaatakkoord is afgesproken dat de gebouwde omgeving in heel Nederland uiterlijk in 2050 aardgasvrij is en dat gemeenten hiervoor verantwoordelijk zijn. Dat betekent dat alle woningen, winkels, kantoren, scholen en andere gebouwen binnen 30 jaar aardgasvrij gemaakt moeten worden. Dit vraagt van iedereen een inspanning. In gemeente De Fryske Marren staan ongeveer 23.500 woningen en 5.300 andere gebouwen. Bij elkaar verbruiken deze gebouwen 45,3 miljoen kuub aardgas. Daarmee is de warmtetransitie een flinke uitdaging om dit samen voor elkaar te krijgen.

Aansluiten bij bewonersinitiatieven
Het college vindt het belangrijk dat de warmtetransitie samen met de mienskip wordt georganiseerd en op draagvlak kan rekenen van inwoners en bedrijven. Daarom is een belangrijk uitgangspunt dat de gemeente aansluit bij inwonersinitiatieven. Door samen te werken en als gemeente initiatieven zo goed mogelijk te ondersteunen, kunnen er mooie projecten worden gerealiseerd. Lokale energie coöperaties kunnen hier een centrale rol in spelen.

Voor iedereen betaalbaar
Eén van de grootste uitdagingen van de warmtetransitie is dat het voor iedereen haalbaar en betaalbaar is. Via het energiebesparingproject Tûk Wenjen geeft de gemeente informatie over subsidiemogelijkheden en duurzaamheidsleningen waar inwoners gebruik van kunnen maken.

Welke mogelijkheden zijn er in De Fryske Marren?
De bouwjaren van de woningen, de bouwdichtheid van een dorp of stad en de aanwezigheid van warmtebronnen bepalen welke oplossingen voor duurzame warmte het meest voor de hand liggen. In de gemeente is sprake van lintbebouwing en relatief veel buitengebied met een lage bouwdichtheid. Allerlei aspecten waarin de keuze voor mogelijkheden rekening mee moeten houden.

Hoe en waar starten we?
De warmtetransitie vindt niet van de één op de andere dag plaats. We doet de gemeente gezamenlijk en op een zorgvuldige manier. Communiceren, informeren en samenwerken met inwoners en ondernemers staan hierin centraal. In Balk, Boornzwaag, Elahuizen en Terherne zijn concrete inwonersinitiatieven. Daarom noemen we deze dorpen onze startdorpen. Dit betekent dat de gemeente hier samen met de inwonersinitiatieven en partners zoals de woningcorporaties en Liander gaat werken aan Wijkuitvoeringsplannen. Samen onderzoeken we de mogelijkheden voor de verschillende duurzame warmtealternatieven en werken we aan het uitvoeren van plannen.