Aardappelketen overlegt met ministerie over voorraad fritesaardappelen

22-03-2020 JOURE – Aardappeltelers verwachten in de komende maanden een financiële schadepost van 160 miljoen tot 200 miljoen euro door het plotseling resteren van een voorraad van circa 1 miljoen ton fritesaardappelen. Dit zorgt bij met name telers die gespecialiseerd zijn in de lange bewaring van aardappelen voor ernstige financiële problemen. De Brancheorganisatie Akkerbouw overlegt samen de leden met het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit over de ontstane situatie. Het verzoek van de aardappelketen aan het ministerie is om te ondersteunen bij het uit de markt halen en afvoeren van de voorraad aardappelen.

De Nederlandse akkerbouw produceert jaarlijks circa 4 miljoen ton consumptieaardappelen, die voor het overgrote gedeelte bestemd zijn voor de fritesindustrie. Het gaat om aardappelrassen met specifieke eigenschappen die in de meeste gevallen niet geschikt zijn voor consumenten om zelf te bereiden. De producten van de industrie worden wereldwijd afgezet via de retail aan consumenten en ten behoeve van de horeca. De horeca vertegenwoordigt circa 80% van de totale afzet van de aardappelverwerkende industrie. Juist de horeca is zwaar getroffen door de uitbraak van het coronavirus. Afhankelijk van het type aardappelproduct is inmiddels 60 tot 90% van de vraag in de afgelopen 2 weken plotseling weggevallen.

Op dit moment ligt er bij gespecialiseerde aardappeltelers verspreid over Nederland circa 1,5 miljoen ton fritesaardappelen van oogst 2019 in de bewaring. Telers zijn zeer bezorgd over de vraag in hoeverre zij die aardappelen nog kunnen leveren en daarmee te gelde kunnen maken. Geraamd wordt dat dit seizoen nog 1/3 van de huidige voorraad aardappelen kan worden verwerkt. Dit betekent dat voor een voorraad van 1 miljoen ton geen afzet kan worden gevonden. De niet te verwerken voorraad fritesaardappelen vertegenwoordigt een waarde van 160 tot 200 miljoen euro. Alle schakels in de keten lijden schade door de ontstane situatie, maar dit komt in het bijzonder zwaar op de schouders van telers terecht. Het gaat daarbij vooral om telers die gespecialiseerd zijn in de lange bewaring van aardappelen en vaak hun volledige oogst nog in bewaring hebben. Zij kijken aan tegen zware verliezen en tegen een acuut knelpunt in liquiditeit in de komende periode.

De Nederlandse aardappelketen heeft naast een financieel knelpunt ook een fysiek knelpunt. Telers moeten de resterende voorraad aan aardappelen verantwoord afvoeren. Ook dit schaadt hun economische positie omdat zij hiervoor aanvullende kosten zullen moeten maken. Vanwege de grote voorraad zal er niet één route zijn voor afvoer. Mogelijke aanwendingen zoals diervoerders, vergisting, of voedselbanken kunnen elk slechts beperkt bijdragen aan het wegwerken van de ontstane voorraad. De sector overlegt sinds deze week dagelijks met het ministerie over oplossingen voor de ontstane situatie.