FrieslandCampina stelt plannen bij

0
65


22-06-2018 JOURE – FrieslandCampina heeft de voorstellen om de aanvoer van melk in de toekomst beter te kunnen sturen en af te stemmen op marktontwikkeling wat bijgesteld op basis van de reacties die het bestuur heeft ontvangen in de bijeenkomsten met leden, via de districtsraden, op melkweb en via brieven en e-mails van melkveehouders. Dat meldt voorzitter Frans Keurentjes in een brief aan de leden.
Zo wordt de marktconforme groei wordt in het nieuwe voorstel steeds voor 2 jaar vastgesteld en is aan de periode dat bedrijven die sneller groeien een lagere melkprijs ontvangen een maximale termijn van 5 jaar verbonden. Het bestuur start vanaf 25 juni met een extra ronde ledenbijeenkomsten om de verdere uitwerking in detail toe te lichten en er met de leden in gesprek te gaan.

FrieslandCampina stelt dat het melkaanbod harder is gegroeid dan de vraag naar winstgevende zuivelproducten. Daardoor wordt een steeds groter deel van het melkaanbod verwerkt in basisproducten. Dit maakt de coöperatie minder winstgevend. Door het melkaanbod marktconform te laten groeien, wil FrieslandCampina toewerken naar een structurele balans tussen het melkaanbod, de marktvraag en de verwerkingscapaciteit. De marktconforme groei wordt in het nieuwe voorstel steeds voor 2 jaar vastgesteld.

Inhouding maximaal 5 jaar
Het voorstel is om marktconforme groei leidend te maken voor het collectief. Daardoor kan ieder individueel lid de productie nog steeds uitbreiden, maar worden de kosten van een snellere groei dan de markt niet meer verdeeld over alle leden. De marktconforme groei wordt gebaseerd op voorspellingen van toekomstige, wereldwijde groei. De ruimte voor groei door bedrijven die stoppen en door bedrijven die minder gaan produceren wordt absoluut verdeeld tussen alle melkveebedrijven. Wanneer het collectieve melkaanbod boven de marktconforme groei uitkomt, geldt voor individuele melkveebedrijven die meer dan marktconform zijn gegroeid een inhouding van 10 eurocent per kilogram melk. Nieuw in het voorstel is dat de inhouding voor individuele bedrijven maximaal 5 jaar geldt. Daarna komt deze inhouding voor rekening van het collectief.

Keuze uit 5 referentieperioden
Veehouders hebben de keuze uit vijf referentieperioden, namelijk:
– 17 april 2016 tot en met 16 april 2017
– Gemiddelde van 17 april 2015 tot en met 16 april 2018
– Kalenderjaar 2017
– 17 april 2017 tot en met 16 april 2018

Kalenderjaar 2015
Het kalenderjaar 2015 als referentieperiode is nieuw in het voorstel. Dat is gedaan met het oog op de groep bedrijven die actief heeft meegedaan aan de verschillende tijdelijke maatregelen van FrieslandCampina die vanaf 2016 zijn ingesteld. Deze bedrijven kunnen in kalenderjaar 2015 het hoogste vergelijkingsvolume hebben. Een alternatieve optie voor leden in Nederland is ook de keuze voor de berekening van een vergelijkingsvolume op basis van fosfaatrechten die zijn verkregen of aangemeld bij RVO vóór 16 april 2018, 16:00 uur. Een nieuw voorgestelde alternatieve optie voor leden in België is het omrekenen van NER-D naar een vergelijkingsvolume.

Rekenmodel op melkweb
Om de gevolgen van verschillende groeistrategieën voor het eigen bedrijf door te rekenen, is op melkweb een rekenmodel beschikbaar. In dit model kan iedereen doorrekenen voor welke volumes mogelijk een inhouding wordt berekend, wat het effect daarvan is op de gemiddelde melkprijs en hoe lang deze inhouding doorwerkt.

Voorstel marktgerichter investeren uitgesteld
Het voorstel voor marktgerichter investeren wordt uitgesteld en zal in 2019 worden meegenomen in de evaluatie van het melkgeldreglement van FrieslandCampina. Intussen start de onderneming wel direct met het anders aansturen van de businessgroepen. De 3 businessgroepen ‘Consumer Dairy’, ‘Specialised Nutrition’, en ‘Ingredients’ zijn bepalend voor de realisatie van de strategie gericht op toegevoegde waarde. De aanbodgedreven businessgroep ‘Dairy Essentials’ is met basiszuivel verantwoordelijk voor het optimaliseren van de melkverwerking